| december
2006 Oei... groei!
We ontwikkelen doelstellingen
en streven resultaten na. Maar ineens, tussen
hoop en vrees, overtreffen de resultaten iedere
verwachting. Dan zijn de poppen echt aan het
dansen. Stress en overbelasting alom in de organisatie.
En het ‘tijdelijke’ van deze situatie
_ beloofd door de directie _ duurt wel heel
erg lang, na acht maanden…
Gevolg: spanning, wrevel en ruzie. Spanning
omdat de uitvoerenden (en klanten) last krijgen
van de constante overmatige druk op de organisatie.
Wrevel, omdat de directie lyrisch is en de uitvoerenden
slechts wijst op het belang van de resultaten
voor de organisatie. En ruzie, want fouten komen
door de extra spanning vaker en zichtbaarder
voor dan anders.
Wat gaat hier niet goed? Allereerst zijn veel
organisaties niet in staat om goed onderbouwde
doelstellingen te formuleren. Nog minder overzien
ze de consequenties van het behalen van geprognosticeerde
doelstellingen. Ik noem als voorbeeld enkel
de naam ‘Scarlet’ en u knikt instemmend.
Daarom ben ik voorstander van verschillende
scenario’s. Door potentiële ontwikkelingen
te beschrijven en de gevolgen voor de organisatie
in kaart te brengen, kunnen voorgenomen doelstellingen
indien nodig snel worden bijgesteld. De basiswaarden
van ‘continuïteit’ en ‘winst’
moeten echter direct overboord worden gezet;
zij zijn niet meer van deze tijd. Meer dan ooit
ligt de toekomst van elke organisatie in de
toegevoegde waarde die zij haar klanten kan
bieden.
Dan ontstaan er twee vragen. Allereerst: hebben
bedrijven als reisbureaus, winkels in tweedehandsspullen
en videotheken nog (voort)bestaansrecht? En:
welke organisatie is _ met een krimpend aanbod
op de arbeidsmarkt _ in staat de juiste mensen
voor langere tijd aan zich te binden, los van
simpelweg een hoger salaris te bieden dan de
concurrent?
Ik word er moe van; laten we stabiliseren.
Terug naar overzicht |