Home


Disclaimer
 
naar >> raamspreuken

 

 

juli-augustus 2008

Het "zesje"

Laatst zat ik te eten met een ex-profvoetballer. Hij had vele jaren op het hoogste niveau gespeeld en het zelfs tot het Nederlands elftal geschopt. Een knappe prestatie. Normaal gesproken ken ik voetballers enkel zoals de meesten van ons: van televisie en de kranten op maandagmorgen. Dus was het leuk om eens met een insider over zijn wereld te praten.
En hij had een interessant verhaal. Hij had zichzelf qua niveau altijd als een ‘zesje’ gezien. Door keihard te werken was het hem gelukt om daarmee de loopbaan te hebben waarop hij kan terugzien. De enkele toppers noemde hij ‘tienen’ die op eenzame hoogten hun werk doen en daarmee de harten van de liefhebbers sneller laten kloppen. Deze toppers kunnen echter enkel schitteren door collega’s zoals hij. Want deze ‘zesjes’ stellen zich ondergeschikt op om ‘tienen’ toppers te laten zijn.
Door zich bewust te zijn van zijn beperkte niveau kon hij zich jarenlang handhaven. “Want de problemen beginnen onder andere wanneer ‘zesjes’ denken dat ze ‘tienen’ zijn”, zei hij. “Dan krijg je ellende en blijven prestaties uit.”
Hoe logisch zo’n voetballogica klinkt, blijkt wanneer je het doortrekt naar het bedrijfsleven.
Daar werkt het eigenlijk ook zo. Er zijn een paar ‘tienen’ en een heleboel ‘zesjes’. Dat is niet erg. Zolang iedereen maar weet welk cijfer bij hem of haar past. Het wordt echter vervelend wanneer iemand een ‘zesje’ is maar een functie heeft of ambieert waar een ‘tien’ voor nodig is. Niet alleen slecht voor de persoon in kwestie maar ook voor de organisatie, de collega’s en de aandeelhouders van het bedrijf.
Laat ik duidelijk zijn: een zes is helemaal niet slecht. En soms staat een zes zelfs gelijk aan een tien. Afhankelijk van wie welke prestatie levert.

Terug naar overzicht