| Column juni 2004
‘Of ik een stukje wilde
schrijven over kindermarketing’, vroeg
Wendy Verhaegh van de NUVO aan me. “Kindermarketing”,
het begint al met het woord zelf. Wat een rotwoord.
Het heeft iets kinderlokkerachtigs of iets anders
naars. Eigenlijk is kindermarketing een fenomeen
wat je snel doet denken aan sluikreclame op
Foxkids tv of de Harry Potter bril rondom de
première van (weer) een nieuwe gelijknamige
film. Maar kindermarketing is nu eenmaal een
vak en kinderen vormen een doelgroep, dus moet
ik maar niet zeuren over mijn diepere persoonlijke
gedachten. En als reclameman moet ik al helemaal
mijn mond houden, want wij reclamejongens (en
-meisjes) leven nu eenmaal van doelgroepen en
doelgroepbenadering. Dus beperk ik me nu tot
het ‘bewerken’ van deze vorm van
marketing.
Daarbij ben ik in de gelukkige omstandigheid
vader te zijn van 4 exemplaren van deze doelgroep.
En daar valt dan gelijk iets op, het enorme verschil
in benadering van de diverse leeftijden. Want direct
wordt duidelijk dat ‘kindermarketing’
als term alleen, volledig onvoldoende de lading dekt.
Immers, een kind van 8 jaar is een heel ander kind
(marketing technisch gezien) dan een kind van 13 jaar.
Wat de hele groep wel gemeen heeft, is dat je ze serieus
moet nemen. Dus een lolly samen met een aai over de
bol is funest als je het meiske van 12 een bepaalde
bril wilt verkopen. Vandaag de dag zijn kinderen echte
‘jonge volwassenen’ en dien je ze dus
ook als zodanig te behandelen. Daarbij hebben ze meer
gemeen met volwassenen dan we vaak (willen) denken.
Merknamen, idolen en rages vormen belangrijke, zo
niet de belangrijkste, elementen om tot een goede
en succesvolle benadering te komen. Zo is het kiezen
van Jamaï door een grote keten een goede zet
geweest. De hoeveelheid verschillende brillen die
hij droeg, vormde een welkome bevestiging dat het
hebben van 1 bril eigenlijk veel te weinig is. En
dat werkte goed, totdat Jamaï er openlijk voor
uitkwam homo te zijn. En hoe goed het ook is van Jamaï
om voor zijn seksuele geaardheid uit te komen, voor
ons reclamemensen is het een enorme domper. Want wij
houden niet van (ongecontroleerde) verrassingen. Zeker
niet wanneer het mogelijk omzet kost.
Wil je inspelen op een rage, is het
goed om ook te denken aan niet voor de hand liggende
acties. Bijvoorbeeld door de nu zo populaire Yu-Gi-Oh
kaarten (huh ??) in te zetten. Dan bereik je zeker
de kinderen in groep 4, 5, 6 en 7. Met name de jongens
dan. Deze kaarten zijn naast verzamelobjecten ook
als speelkaarten enorm populair en vormen een spin-off
van de tekenfilmserie op Foxkids.
Je zou deze kunnen weggeven bij ….verzin het
zelf maar. Probeer het maar eens. Maar let wel op
de duur van zo’n rage. Het eindigt vaak net
zo snel als dat het begint. Ergo, kindermarketing
is een serieuze zaak. En als je je ermee bezig wilt
houden, zul je huiswerk moeten doen. Dat wil ook zeggen
naast af en toe naar Foxkids kijken, goed te luisteren
waar kinderen mee bezig zijn. Neem bijvoorbeeld MSN-en.
Als je niet weet wat dat is, heb je nog veel huiswerk.
Succes.
Terug naar overzicht |